Vorige maand zijn de opgravingen hervat bij het Italiaanse bergdorp San Casciano dei Bagni,
waar twee jaar geleden een heiligdom met 24 bronzen beelden werd ontdekt. Kenners zijn
verrukt over de vondst. WIDO SMEETS ging kijken. ‘Vertel dit verhaal als een verhaal van
mensen.’
‘Dit moet je echt zien. Kom alsjeblief kijken!’ Het is nog net geen noodoproep, eind mei, van
Anna, om naar de opgravingen bij San Casciano dei Bagni te komen. Want: ‘Nog geen vijf meter
ervandaan hebben we indertijd op zo’n stenen bankje gezeten. Weet je nog?’
Eh… nee, niet echt. Het geheugen geeft weer eens niet thuis. Er moet een pak verbeelding bij
eer ik uitkom bij een ingevulde herinnering van dtie dag bij de warmwaterbronnen van San
Casciano, 22 jaar geleden. Anna was erbij, net als mijn broer en diens zoontje.
Tientallen keren ben ik nadien teruggekeerd naar het bergdorp op de zuidflank van de Monte
Cetona, zo’n honderd kilometer boven Rome. Niet voor de bagni, ik ben niet zo’n
warmwaterbader, maar voor de acht kilometer lange klim ernaartoe. Na aankomst zet ik mijn
fiets onder een boom bij Bar Centrale, bestel een lemon soda en een espresso en strek de
benen. Goed twintig minuten later stap ik met een gevulde bidon op de fiets en laat me naar
beneden vallen.
Twee weken na het telefoontje gaan we samen terug, met de auto, Anna (verbaasd dat ik dat
hele stuk zo vaak heb gefietst) en ik. Want er is heus wel wat te zien, in San Casciano dei Bagno,
In 2021 en 2022 legden archeologen de resten bloot van een heiligdom, in de derde eeuw voor
Christus aangelegd door de Etrusken, in de eerste eeuw na Christus na een brand opnieuw
opgebouwd door de Romeinen.
Na een uitgebreide inleiding in het atrium van het gemeentehuis door Ludovico Salerno gaan
we te voet naar de honderd meter lager gelegen archeologische site, pal naast de Bagno
Grande, de belangrijkste van de meer dan veertig warmwaterbronnen die het dorp rijk is. ‘De
instroom hier is negen liter per seconde’, zegt Salerno, wijzend naar het water van de twee
bassins van de Bagno Grande. Net als de bronnen wordt de Bagno Grande gevoed door
regenwater van de Monte Cetona. ‘Het water doet er 55 jaar over voordat het hier is’, zegt
Ludovico terwijl hij zijn hand in het ruimt veertig graden warme water laat glijden.
De al in de oudheid populaire thermen van San Casciano, tijdens de Etrusken deel uitmakend
van de stadstaat Chiusi, lagen aan een route van de bergen naar de Maremme, aan de kust. Na
een herontdekking door de Medici, halverwege de 16 de eeuw, werd de Bagno Grande overdekt.
Vanaf de 18 de eeuw kwamen aristocratische families uit heel Italië ernaartoe om te baden.
Vandaag de dag duiken er in Bar Centrale nog regelmatig Hollywoodsterren op.
Terwijl Salerno vertelt over het water, zie ik bij het grootste van de twee bassins een stenen
bank. Daar hebben we dus gezeten, 22 jaar geleden, in de brandende zon, naast elkaar: Anna,
mijn intussen overleden broer Marc en zijn zoontje Freek – wiens benen niet tot aan de grond
reikten. Nu is hij een 32-jarige hoogblonde boom van bijna 1,90 meter. Hij moet hoognodig
terugkomen, vinden we.
Achter de bank staan grasgroene golfplaten die de opgravingssite afschermt. Anna heeft gelijk:
we zaten indertijd bovenop het heiligdom dat onder de bank doorloopt tot de Bagno Grande.
Eind 2019, kort voor de corona-uitbraak, gingen archeologen aan de slag aan de noordkant van
de Bagno Grande. Na drie maanden hadden ze nog niks gevonden. Nulla. ‘Waarom graven jullie
niet aan de andere kant’, vroeg een van de dorpelingen toen ze in Bar Centrale zaten bij te
komen, ‘in de tuin van Ezio Paggetti? In de muur van die tuin staan twee Romeinse zuilen.’
De rest is, hier zeker, geschiedenis. Onder de grond van de overwoekerde tuin, Paggetti is al
jaren dood, bevinden zich de resten van het belangrijkste klassieke heiligdom in de Italiaanse
geschiedenis, zegt Salerno. ‘Andere heiligdommen zijn aan één god gewijd. Hier zijn resten van
altaren gevonden voor minstens vijf verschillende goden.’
Archeoloog Emanuele Mariotti, hoofd van de opgraving, vertelt hoe het ging. ‘Het bassin in
het heiligdom was afgedekt met Romeinse zuilen. Daaronder vonden we duizenden aan de
goden geofferde munten, toen wisten we dat we boven een heiligdom zaten. In 2022 zijn we
verdergegaan, we vonden een bronzen votiefbeeld van een met een doek omwikkelde baby,
een bronzen plaquette met afbeeldingen van organen en een sculptuur van een bliksemschicht’.
Het hoofdgerecht bestond uit 24 bronzen beelden, volgens kenners de meest spectaculaire
vondst sinds in 1972 in de zee bij Calabrië de ‘bronzi di Riace’ werden gevonden, twee
manshoge krijgers uit de Griekse tijd.
De bliksemschicht, legt Mariotti uit, is de cruciale schakel in het verhaal van in de derde eeuw
voor Christus door de Etrusken gebouwd heiligdom. ‘Kort na de regeringsperiode van keizer
Augustus, tussen 20 en 40 na Christus, was er waarschijnlijk een blikseminslag, gevolgd door een
brand. Het werd gezien als een teken van de goden. Naar de religieuze overtuiging in die tijd
mochten door de bliksem getroffen beelden niet meer worden getoond of aangeraakt. De
Romeinen hebben de bron toen afgesloten, de beelden in het bassin geplaatst, ze afgedekt met
zand en er een tegelvloer overheen gelegd. Vervolgens hebben ze het heiligdom opnieuw
opgebouwd.’
Eeuwenlang hebben Etrusken en Romeinen bij San Casciano geofferd aan meerdere goden.
Keramische resten van borden, kruiken, bekers en olielampen wijzen erop dat het een drukte
van belang was rond het heiligdom. ‘Er waren bassins voor mensen en voor het vee. Reizigers
die onderweg waren van de bergen naar de zee namen een bad om van de schurft af te komen’,
zegt supervisor Jakopo Tabolli. ‘Er zullen onderkomens zijn geweest voor passanten en pelgrims,
een markt met levensmiddelen en medicamenten. Deze opgraving opent een raam in de tijd, ze
geeft ons een idee van het leven in een Etruskische stadstaat als Chiusi.’
In deze tijd zouden we spreken van een complex met een welnesscentre en een hospitaal, zegt
Mariotti, met het heiligdom als centrum. Inscripties op altaren laten de namen zien van vooral
Griekse goden die er werden aangeroepen. De bekendste is Apollo, met onder andere genezing
in zijn portfolio. Fortuna Primigenia werd geacht geluk te verspreiden, Asklepios was goed in
medicijnen, Hygieia was godin van de gezondheid, Amphitrite godin van het water. Niet als
minste werd er ook aan, Isis, Egyptische godin van vruchtbaarheid en gezondheid, geofferd.
Pelgrims die het heiligdom bezochten waren uit op genezing, van henzelf of hun naasten. Ze
wilden ervoor betalen, in cash; onder de zuilen lagen meer dan 5000 munten verstopt. De meer
vermogenden stemden de goden met votief-offers – zoals nog steeds gebruikelijk bij
bedevaartsoorden. Ze lieten lichaamsdelen in brons, verwijzend naar de aard van de
mankementen, achter; oren, handen, handen, voeten en organen.
Zou er ook geofferd zijn voor de terugkeer van een overleden broer? En welk votiefbeeld zou
daarbij zijn achtergelaten? Een in brons gegoten afdruk van een hoofd? Een hart?
In november 2022 kwamen Emanuele Mariotti en burgemeester Agnese Carletti met de
vondsten naar buiten. Volgens kenners gaat het om een van de belangrijkste vondsten in het
Middellandse Zeegebied sinds lange tijd. De 2000 jaar oude mix van thermisch water en zand
leverde een goed conserverende modder op; de bronzen beelden zijn in opmerkelijk goede
staat, de inscripties – in Etruskisch en Latijn – in de altaren zijn goed zichtbaar.
Bij de presentatie nam de 37-jarige burgemeester Agnese Carletti het voortouw. ‘I tresori
restanno qui’, kopte La Nazione; de vondsten zullen behouden blijven voor San Casciano. Het
was Carletti, een afgestudeerde filosofe die in 2019, het jaar van haar aantreden, de
archeologen aan het werk zette. Behalve vasthoudend bleek ze ook slim. Om te voorkomen dat
‘de schatten van San Casciano’ in een archeologiemuseum terecht zou komen, kocht de
gemeente in alle stilte de tuin van Ezio Paggetti’s weduwe. Tegelijkertijd reserveerde de
gemeente een palazzo in het dorp dat wordt verbouwd tot museum.
Met het veiligstellen van de beelden en de opening van het museum is het verhaal van het
heiligdom bij San Casciano nog niet ten einde. De verwachting is dat er nog spectaculaire
vondsten in het verschiet liggen. ‘Het terrein is 4,5 hectare groot’, zegt Mariotti. ‘Over een
lengte van een mijl liggen veertig bronnen. We zijn hier nog zeker twintig jaar bezig.’
Het leven van Ludovico Salerno is sinds de vondst compleet veranderd. Zijn baan als
documentairemaker heeft hij opgegeven. Nu de werkzaamheden, waar negentig
archeologiestudenten uit de hele wereld van de partij zijn, zijn hervat staat hij weer met de
voeten in de modder. De camera staat klaar op een statief; tussendoor voert hij
schoongemaakte grond af met een kruiwagen. Één keer per week geeft hij een rondleiding. ‘Dit
verhaal moet worden verteld. Dit was een plaats van hoop en troost die ons aller respect
verdient.’
Na het afscheid ga ik nog even op het stenen bankje zitten waar ik 22 jaar geleden zat. Naast
mijn broer. Ik kan het me nog steeds niet herinneren. Wel voelen.
De expositie Gli dei ritornano – De goden kwamen terug met de 24 bronzen beelden maken een tournee
door Italië. Eind 2024 zal de presentatie te zien zijn in Reggio di Calabria, waar ook de Bronzi di Riace
worden bewaard.
